Ieder kind doorloopt verschillende ontwikkelingsfases die het gevolg zijn van nieuwe gedragsmogelijkheden en -beperkingen die zich tijdens het opgroeien voordoen. In deze reeks blogposts zullen de meest herkenbare kenmerken op een rij gezet worden. Hierbij zullen alle ontwikkelingsgebieden aan bod komen: de sociaal- emotionele-, cognitieve-, motorische-, creatieve- en zintuigelijke ontwikkeling.

Ontwikkelingsfases

In de volgende paragrafen beschrijven we de verschillende ontwikkelingsfases. In deze tweede blogpost gaan we verder met de leeftijd 1,5 tot 2 jaar.

1. Vallen en opstaan (19 maanden)

In deze ontwikkelingsfase is zowel de fijne- als de grove motoriek volop in ontwikkeling. De oog- hand coördinator is goed ontwikkelt waardoor de balans van het kind toeneemt. Dit biedt nieuwe mogelijkheden! Klimmen, klauteren en daarbij (veelvuldig) vallen en opstaan. Kinderen van deze leeftijd zien nog weinig gevaar in dingen, waardoor ze overmoedig zijn. Al die nieuwe mogelijkheden, kunnen ook tot frustratie leiden. Het kost allemaal net wat meer energie, waardoor een kind moe en gefrustreerd kan raken.

2. Een kind kan de was doen (20 maanden)

In de vorige blogpost hebben we het fenomeen ‘scheidingsangst’ besproken. Zelfs al ga je even snel een was in de wasmachine stoppen, kan het al huilen geblazen zijn. Maar er is een oplossing: een kind kan de was doen! Vooral letterlijk, want in deze ontwikkelingsfase vind hij het leuk om mee te helpen met klusjes in het huishouden. Kinderen gaan in deze fase steeds meer zelf initiatief nemen om duidelijk te maken wat zij graag willen doen. Dit doen ze bijvoorbeeld door een object (zoals een boekje) aan te wijzen of te pakken. Ook zijn ze in deze fase extra gevoelig voor goed- en afkeuring. Het geven van complimentjes om positief gedrag te bekrachtigen is daarom in deze fase extra van belang.

3. Slaap kindje… slaap (21+22 maanden)

Je zal merken dat je kindje steeds meer een eigen wil toont en voorkeuren laat zien, bijvoorbeeld tijdens het uitkiezen van kleding in de ochtend. Soms ziet dit er niet helemaal uit zoals je het zelf in gedachten had (een roze T-shirt op een groene broek), maar hierdoor toon je wel respect voor de autonomie van de kleine. Duidelijkheid in dit voorbeeld kan zijn dat je uitlegt dat een T-shirt te koud is, maar dat je twee andere opties aanreikt waar hij uit kan kiezen.

Duidelijkheid bieden op een warme manier kan ook van pas komen tijdens de nachten waarop je kindje wakker schrikt door nachtmerries. Je gaat uiteraard even naar de kleine toe om hem gerust te stellen (door een aai over de bol of een knuffeltje te geven), maar laat hem wel in zijn eigen bedje liggen. Hierdoor laat je zien dat je er voor de kleine bent, maar raakt hij niet gewend aan dat hij bij het wakker worden midden in de nacht bij papa en mama mag liggen.

4.”Ik ben een papegaai” (23 maanden)

De taalontwikkeling maakt in deze fase een grote spurt. Kinderen breiden de woordenschat behoorlijk uit en leren wel tien woorden per dag. Het stimuleren van de uitbreiding van de woordenschat kan door het benoemen van hetgeen wat je aan het doen bent, het aanwijzen van objecten of het stellen van vragen (hoe heet dat beestje? Wat voor kleur heeft die auto? Etc.).

Tot slot

In vergelijking met vorig jaar, lijkt het alsof de kleine minder snel is gegroeid. Lichamelijk is dat natuurlijk ook wel het geval, maar als je kijkt naar de ontwikkeling heeft je kindje alweer grote stappen gemaakt! Echte gesprekken zijn mogelijk en de eigen persoonlijkheid door aan te geven wat hij graag wil komt naar voren.

Over enkele weken het vervolg (2-3 jaar). Wil je meer weten/ reageren? Mail naar Roxanne van Eijk of reageer via twitter @roxannevaneijk
 

About Roxanne van Eijk

Pedagoog | Kindercoach | Onderzoeker | Trainer | Discussieleider | Partner @HEPPEEapp | Enthousiasteling | Stiefmoeder| Locatiemanager Partou Kinderdagopvang

Leave a Reply