Ieder kind doorloopt verschillende ontwikkelingsfases die het gevolg zijn van nieuwe gedragsmogelijkheden en -beperkingen die zich tijdens het opgroeien voordoen. In deze reeks blogposts zullen de meest herkenbare kenmerken op een rij gezet worden. Hierbij zullen alle ontwikkelingsgebieden aan bod komen: de sociaal- emotionele-, cognitieve-, motorische-, creatieve- en zintuigelijke ontwikkeling.

Ontwikkelingsfases

In de volgende paragrafen beschrijven we de verschillende ontwikkelingsfases. In deze 1e reeks beginnen we vanaf 12 maanden tot aan 18 maanden.

1. Nog een keer! Nog een keer! (12 maanden)

Je dreumes is dol op herhaling. “Handje Pansje kevertje, die klom eens op een hek” (en dat honderd keer achter elkaar). Een kind experimenteert met gedragsherhalingen, om te kijken hoe een persoon of object, zoals een speelgoedautootje, hierop reageert.
Dit ontwikkelingskenmerk is niet (alleen) bedoelt om je geduld en uithoudingsvermogen als ouder te testen, maar omdat dit je dreumes helpt bij het leren. Het herhalen van handelingen die een kind herkent, voelt lekker veilig.

2. De eerste stapjes… naar onafhankelijkheid (13 maanden)

Zitten, tijgeren, kruipen, staan, langs de tafel lopen… En slik: dat waren de allereerste stapjes van je dreumes. De eerste stapjes worden ook wel gezien als het begin van de onafhankelijkheid, waardoor de toename van initiatief nemen zichtbaar wordt en de dreumes zelfstandig succesjes kan bereiken. Een logisch gevolg van het ontwikkelen van zelfstandigheid, is imitatie van dagelijkse handelingen. Hierdoor staat tijdens deze ontwikkelingsfase het ‘zelf willen doen’ en ‘meehelpen’ centraal.

Bereid je dus maar voor op:

  • Een slagveld tijdens het avondeten (leve de plastic borden, bestek en bekers);
  • Ondersteuning tijdens het vullen van de wasmachine/ het afnemen van de tafel en het stofzuigen (jong geleerd is oud gedaan).  

Huishouding+4702

3. ‘Ouder’ a.k.a. politieagent (14 maanden)

Dat onwijs gezellige kaarsenplateau, de uitdagende geluidsknop van je stereo-set, de kopjes koffie die op tafel staan, de vuilnisbak in de keuken, de kleurrijke producten in de supermarkt… Alles op ooghoogte is bereikbaar én super interessant (en oh wat genieten we daar van als ouders). Het ontdekken van nieuwe dingen zorgt automatisch voor nieuwe gedragingen. Niet alleen het vastpakken, verplaatsen, gooien, verslepen of in de mond stoppen van objecten is reuze interessant geworden… Ook andere kindjes zien er voor sommige dreumesen smakelijk uit (lees: bijten) of moeten af en toe een klap incasseren. Dit kan boosheid, frustratie of angst betekenen, maar het kan ook een uiting van liefde zijn.
Desalniettemin is ingrijpen als ouder natuurlijk gewenst. In deze ontwikkelingsfase begrijpt de dreumes een verbod en maakt de dreumes, via goed- en afkeuring van een volwassene, kennis met het gevoel van ‘schaamte’.

4. Gezellig brabbelen (15 maanden)

Een goed ‘gesprek’ kunnen voeren, terwijl je dreumes eigenlijk non- stop aan het brabbelen is… Door samen een boekje lezen, je dreumes uit te dagen om een woordje na te zeggen en hem zelf te laten vertellen, stimuleer je de taalontwikkeling. Ook het benoemen van wat je van plan bent om te doen, wat je aan het doen bent en wat je hebt gedaan aan de hand van woorden en gebaren, zorgt voor het uitbreiden van de woordenschat en stimuleert je dreumes om dit na te doen.
Bovendien is het ook erg gezellig om op deze manier met je kind in gesprek te gaan.

5Huis dreumes- proof? (16 maanden)

Het beklimmen van de vensterbank, het aanrecht of de keukentafel gaat je dreumes steeds beter af (grove motoriek). Maar ook door de ontwikkeling van de fijne motoriek, zoals het zorgvuldig kunnen opstapelen van blokken of met de lippenstift van mama mooie krassen kunnen zetten (pincetgreep), gaat nu heel goed.
Wat voorheen op ooghoogte van de dreumes bereikbaar was en veilig gesteld moest worden, geldt nu het hele huis. 

6. Geheugen, scheidingsangst en objectpermanentie (17 + 18 maanden)

Even snel een wasje in de wasmachine doen, tijdens het koken of bij het wegbrengen naar het kinderdagverblijf: verdriet. Volkomen normaal en begrijpelijk… Maar soms best lastig en vermoeiend. Je dreumes heeft het besef ontwikkelt (geheugen) dat een verdwenen persoon of object  bestaat (objectpermanentie), maar is nog niet in staat om overeenkomstig te handelen. Hierdoor begrijpt een kind nog niet dat je, na het weggaan, terug zal komen. Enerzijds is het natuurlijk fijn om te zien dat je kind het liefst bij je wil zijn, maar anderzijds kan het ook best vermoeiend zijn dat je geen stap kunt zetten. Wat een kind kan helpen met het omgaan met verdriet tijdens scheidingsangst, is het maken van een vast ritueel tijdens het weggaan en tijdens het terugkomen. Dit doe je bijvoorbeeld door uit te leggen wat je gaat doen en dat je vervolgens ook nakomt wat je zegt te gaan doen (afspraken nakomen).

Tot slot

Het wegpinken een traantje bij het zien van een eerste stapje,  het vertederende gevoel als je gebrabbel uit de slaapkamer hoort komen, die ondeugende blik op het gezicht van je kleine als je hem betrapt en de brede lach bij het weerzien (zelfs als je maar vijf minuten bent weggeweest). Iedere fase kent haar charme…

Volgende week het vervolg (dreumes 19 – 24 maanden). Wil je meer weten/ reageren? Mail naar Roxanne van Eijk of reageer via twitter @roxannevaneijk
 

 

About Roxanne van Eijk

Pedagoog | Kindercoach | Onderzoeker | Trainer | Discussieleider | Partner @HEPPEEapp | Enthousiasteling | Stiefmoeder| Locatiemanager Partou Kinderdagopvang

One Comment

  • Yan schreef:

    Om zelfstandig te wodren is het nodig dat de puber zich van zijn of haar ouders losmaakt en dat beide partijen meer gelijkwaardig met elkaar omgaan. Dit kan alleen als de ouder dit accepteert en zich ook van de jongere losmaakt. Pubers kunnen heel verfrissend en ontwapenend zijn. Ze laten je nadenken over je opvattingen, over de manier waarop je opvoeder wilt zijn, over je opvoedingsstijl, je uiterlijk, je smaak. Veel ouders denken dat de puberteit altijd een erg onrustige periode is. Maar dat hoeft niet. Niet alle kinderen gaan er stormachtig doorheen. Er zijn ook pubers bij wie de groei naar volwassenheid rustig verloopt.De een heeft meer temperament dan de ander, of komt meer veranderingen tegelijk tegen dan de ander. En ook niet alle ouders zijn hetzelfde.Ouders die het graag voor het zeggen hebben, kunnen een ondernemende puber lastig vinden. In de ogen van de ander is een dergelijk kind juist origineel.Onstuimig of rustig, vroeg of laat maken alle kinderen hun ouders duidelijk dat er van alles anders moet.Pubers verlaten hun kindertijd en gaan op weg naar volwassenheid. Dat is spannend, maar brengt ook veel onzekerheden mee. En dat geld voor zowel ouders als pubers.Van pubers valt veel te genieten, net zoals van kinderen in een eerdere ontwikkelingsfase. Maar de puberteit kan ook spanningen en conflicten met zich mee brengen, want pubers kunnen soms onredelijk zijn, humeurig en dwars. Daardoor kan het opvoeden in deze periode ook lastig zijn.Door meer over de puberteit te weten, kunnen ouders beter hun houding bepalen ten opzichte van hun puber.

Leave a Reply