Als zelfstandige professional ondersteun ik kinderen in een scheidingssituatie. Dit kan zowel ondersteuning zijn tijdens als na een scheiding. Mijn werk omvat ook situaties waarin sprake is van een begeleide omgangsregeling. Zo komt het voor dat ouders al jaren geleden als partners uit elkaar zijn gegaan en één van de ouders uit beeld is geraakt. In sommige gevallen is één van de ouders bewust buiten spel gezet door de andere ouder, ook wel ouderverstoting genoemd, en in andere gevallen is één van de ouders zelf gedurende een bepaalde periode uit het leven van het kind en de ex-partner verdwenen. Wat doet dit met een kind en hoe kan het contact tussen deze ouder en het kind weer worden hersteld? Hierbij wil ik direct aangeven dat iedere situatie anders is en het essentieel is om per geval te bekijken wat er speelt en waar het kind behoefte aan heeft. Tevens komt het in de praktijk zowel voor dat een vader dan wel een moeder uit beeld is geraakt.

Impact op het kind
Als basis beginsel geldt in Nederland dat ieder kind recht heeft op beide ouders. Dit wordt gesteld in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK), een verdrag dat door Nederland in 1995 is geratificeerd, en tevens aansluit bij artikel 8 EVRM (Family Life). Wanneer één van de ouders uit beeld is geraakt en het kind oud genoeg is om dit te begrijpen, zal dit uiteraard veel impact hebben op een kind. Het kind kan heftige emoties ontwikkelen zoals verlatingsangst, angst om zich te binden, onzekerheid, depressie, alles en iedereen willen pleasen en er kan een onveilige hechtingsband ontstaan.

Opbouwen contact
laten aansluiten bij belangen van kind
Wanneer een ouder een tijd uit beeld is geraakt en ouder en kind zullen worden herverbonden, is het wenselijk om het contact op te bouwen op een manier die aansluit bij de belangen van het kind alsmede samen te zoeken naar een manier waarop de ouder straks op een gedegen manier de ouderrol kan gaan invullen. Belangrijk is te kijken naar onder andere de leeftijd van het kind, het karakter, de mate van gevoeligheid alsmede de ontwikkelingsfase waarin het kind zich begeeft. Alle aspecten dienen hierbij in onderlinge samenhang te worden bekeken, bijzondere omstandigheden daarin meegenomen. Daarom pleit ik er ook iedere keer weer voor dat rechters in hun uitspraken meer de nadruk leggen op bovenstaande aspecten wanneer bijvoorbeeld een omgangsregeling wordt vastgesteld alsmede dat er meer aandacht wordt besteed aan kwalitatieve afspraken en te leveren maatwerk ondersteuning.

Praktijkvoorbeeld begeleide omgang
Ik geef graag een voorbeeld uit de praktijk. Een jongetje van bijna vier jaar oud heeft al ruim drie jaar geen contact met zijn vader. De rechter heeft, naar aanleiding van de juridische procedure die is gevoerd tussen partijen en de goede intenties van beide partijen, een begeleide omgangsregeling vastgesteld tussen de vader en het jongetje. Bij een kind van bijna vier jaar oud gelden onder andere de volgende belangrijke zaken;

  • Het kind heeft de eerste hechtingsperiode achter de rug. Dit betekent dat het contact op een rustige manier dient te worden opgebouwd, echter dat er wel sprake moet zijn van enige regelmaat waarbij ouder en kind elkaar gaan zien, zeker in het begin. Het kind moet opnieuw wennen aan de ouder die uit beeld is geraakt en door via een bepaalde structuur het contact op te bouwen, kan deze gewenning vorm krijgen. De ouder dient inzicht te krijgen in de leefwijze van het kind in de jaren dat hij of zij afwezig is geweest, dit zodat de ouder meer zicht krijgt op alles wat komt kijken bij het vervullen van de ouderrol. Het kind dient daarbij vooral de ruimte te krijgen om zich op eigen tempo richting deze ouder te bewegen. Niets forceren, maar vooral inspelen op de manier waarop het kind zich in deze beweegt en ontwikkelt. Raakt het kind na een uur enigszins overprikkeld, dan is het goed een pauze in te lassen. Is er vooraf vastgesteld dat de begeleide omgang steeds een uur per week zal plaatsvinden, maar bewegen ouder en kind zich goed richting elkaar dan kan dit bijgesteld worden naar extra tijd samen. Maatwerk is hierbij dus enorm belangrijk.
  • Het kind is zich volop aan het ontwikkelen qua taalgebruik en persoonlijkheid. Dit betekent dat in gepast taalgebruik kan worden uitgelegd wat er gaande is. Door tevens de juiste vragen te stellen, en vooral suggestieve vragen te vermijden, kan invulling worden gegeven aan de wensen van het kind omtrent de begeleide omgang en kan ook eventuele spanning bij het kind worden weggenomen.
  • Het kind denkt nog veel in fantasieën en kent nog niet alle sociale codes. Dit betekent echter niet dat moet worden vermeden wat er gaande is. Een kind kan worden gezien als kleine deskundige en begrijpt meer dan wij soms denken als volwassenen. Het is juist goed om uit te leggen wat het doel is van de begeleide omgang en wat jouw rol als begeleider is. Geef een kind ook vooral de kans om zijn of haar stem te laten spreken door de juiste vragen te stellen en op signalen van het kind te letten.
  • Tenslotte is het van groot belang dat de ouders op een goede manier met elkaar leren te communiceren zodat zij, nadat de begeleide omgang op een eind is gekomen, op de juiste weg verder kunnen met elkaar als ouders van het kind.

Door als begeleider de eigen voelsprieten voortdurend op scherp te zetten en zorgvuldig te kijken naar de lichaamstaal van een kind, de manier waarop een kind uit de ogen kijkt, naar wat een kind allemaal absorbeert om zich heen en door tussen de regels door te luisteren, kan gedegen ondersteuning worden geboden bij een begeleide omgangsregeling. Er kan op een positieve manier toegewerkt worden naar het herverbinden van ouder en kind. Iets dat aansluit bij het feit dat in beginsel ieder kind recht heeft op beide ouders, uiteraard bijzondere omstandigheden hierbij voor nu buiten beschouwing gelaten.

Wil je meer weten/ reageren? Mail naar Marieke Lips.

 

About Marieke Lips

Kindbehartiger | Kindercoach | Jurist kinderrechten | Auteur van o.a. boek "Bekrast" | Columniste | Spreker

Leave a Reply